Gemeenten gaan Wmo radicaal anders invullen

In de Wmo nieuwe stijl krijgen zorgvragers geen zorg meer op basis van verstrekkingen en standaardindicaties. Gemeenten zullen in plaats daarvan kijken naar wat burgers en hun netwerken zelf nog kunnen doen en betalen. Dat blijkt uit de nieuwe Wmo-modelverordening die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) deze week presenteert.

In de nieuwe modelverordening van de VNG is het niet meer de bedoeling dat burgers met een indicatie in de hand een standaardaantal uren zorg krijgen toegewezen. De indicaties die burgers nu hebben, zullen aangepast worden aan de specifieke omstandigheden van de Wmo-cliënt. Gemeenten gaan om dit te regelen bij de mensen om de keukentafel inventariseren wat er precies aan huishoudelijke hulp of andere Wmo-zorg nodig is. Burgers die nu bijvoorbeeld nog recht hebben op vier uur huishoudelijke hulp maar kinderen in de buurt hebben wonen die een steentje bij kunnen dragen, zullen minder uren krijgen. Daartegenover staat dat burgers die vereenzamen en er alleen voor staan maar nooit echt om hulp hebben gevraagd, juist meer uren krijgen. De nieuwe manier van indicatiestellen door de gemeente betekent ook dat gemeenten welgestelde burgers zullen vragen om zelf op eigen rekening huishoudelijke hulp in te kopen. Dit gaat dan om vermogende burgers die in belastingbox drie meer dan twintigduizend euro hebben aan te geven.

Aan de keukentafel

“We gaan de zorg veel meer precies toesnijden op de cliënt”, zegt VNG-directeur Sandra Korthuis. “Dankzij de keukentafelgesprekken zullen we het krappe Wmo-budget veel beter kunnen uitgeven daar waar het nodig is. Als iemand een heel groot netwerk blijkt te hebben dan is er veel minder compensatie nodig vanuit de Wmo. Daarnaast brengt deze kanteling de administratieve rompslomp naar beneden. Burgers hoeven maar naar één loket voor thuiszorg en kunnen zich wenden tot de gemeenteraad als er wat mis gaat.”

Minder indiceren

Korthuis is niet bang dat gemeenten met een tekort op het Wmo-budget de keukentafelindicatie gaan aangrijpen om zo min mogelijk uren te indiceren. “Er is altijd de gemeenteraad als controlerend orgaan. Het is overigens wel zo dat er tweehonderd miljoen euro wordt gekort op het Wmo-budget, dus gemeenten gaan wel scherper kijken.”

Cliëntenorganisaties positief

Naast de VNG hebben cliëntenorganisaties CG-Raad en CSO meegewerkt aan het tot stand komen van de verordening. Anneke Van der Vlist van de CSO koepel van ouderenorganisaties is positief over de verordening. “Het is alleen jammer dat de kanteling samenvalt met een bezuiniging in veel gemeenten. Dat zal moeilijk uit te leggen zijn aan de burger, maar dat gaan we wel doen.” Een ander punt waar Van der Vlist nog op wijst is dat in de modelverordening de rol van de mantelzorger nog beter kan worden omschreven. “De gemeenten leggen hier nu veel neer dus dat moeten zij nog goed gaan invullen.”

Niet verplicht

Gemeenten zijn niet verplicht zich te houden aan de modelverordening van de Wmo. Korthuis verwacht wel dat veel gemeenten er de voordelen van zullen inzien.

Bron: Zorgvisie, 9 december 2010

Actuele nieuwsitems

Er zijn op dit moment geen laaste nieuwsberichten aanwezig.