Het is tijd voor preventie

Het duurde zeker tien jaar voordat stoppen met roken door verzekeraars werd vergoed in het basispakket. Stevige preventieve maatregelen kunnen grote gezondheidswinst opleveren, stelt Niek Klazinga, hoogleraar sociale geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Een echte minister van volksgezondheid ook.

Het goede nieuws is dat preventie veelvuldig opdook in de verkiezingsprogramma’s, zegt Niek Klazinga, hoogleraar aan de universiteit van Amsterdam en tevens voorzitter van de Nederlandse Public Health Federatie. In deze belangenorganisatie werken onder ander meer ruim veertig organisaties en kennisinstituten samen aan een betere volksgezondheid.

Het slechte nieuws is dat je die aandacht voor preventie niet terugziet in het gevoerde politieke debat. „ De waarde van een betere gezondheid maakt geen deel uit van de berekeningen die ten grondslag liggen aan het huishoudboekje van de staat. En daar ging het in de verkiezingsstrijd toch vooral om.” Onbegrijpelijk, vindt hij. „De Wereldbank zegt niet voor niets al jaren dat gezondheidszorg geen kostenpost is, maar juist een belangrijke voorwaarde voor economische ontwikkeling.”

Het is ook typerend voor de horizon van veel politici, die liever op korte termijn succesjes boeken, dan op lange. Dat maakt het ook zo lastig om preventiebeleid stevig op de kaart te zetten. „We kennen natuurlijk de programma’s voor collectieve preventie – zoals screening – of vaccinatieprogramma’s. En wie ziek is, wordt ook goed preventief begeleid, bijvoorbeeld diabetici. Maar selectieve preventieprogramma’s, die zich richten op specifieke groepen met een risico op ziekte – bijvoorbeeld bij overgewicht of overmatig drankgebruik – zijn in Nederland tussen wal en schip geraakt.”

Dat heeft veel te maken met ons zorgstelsel. Wie ziek is, kan dankzij de Zorgverzekeringswet of de AWBZ rekenen op zorg. Maar wie een risico loopt op ziekte, hoeft op weinig te rekenen. „Daarom pleiten we er ook voor dat de ziektekostenverzekering een gezondheidsverzekering wordt. Programma’s die aanhaken op risicofactoren moeten, als ze effectief zijn, worden vergoed”, zegt de NPHF-voorzitter.

Daarnaast is onduidelijk of de bestaande selectieve preventieprogramma’s goed werken. Ze worden meestal uitgevoerd door gemeenten en GGD’s, maar zijn tijdelijk gefinancierd en het effect op lange termijn is vaak onbekend. Daarom ziet Klazinga wel wat in het voorstel van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om 1,5 à 2 procent van de AWBZ-gelden te reserveren voor deze preventieprogramma’s.

’Stoppen met roken’ wordt vanaf volgend jaar toch vergoed door de basisverzekering?
„Maar de lobby daartoe duurde ruim tien jaar”, memoreert Klazinga, die bovendien vreest dat deze uitbreiding van het basispakket (kosten: 20 miljoen) bij een volgende bezuinigingsronde teruggedraaid kan worden. Hij wil ook dat ’bewegen op recept’ in het basispakket wordt opgenomen, voor mensen met overgewicht – potentiële diabetesklanten. „Dat kost de komende vier jaar 98 miljoen, maar levert volgens de Erasmus Universiteit uiteindelijk 900 miljoen op aan maatschappelijke baten, vooral uitgespaarde ziektekosten en verminderd ziekteverzuim.”

Veel heeft natuurlijk te maken met maatschappelijk draagvlak, analyseert Klazinga. „Het lukte zo bijvoorbeeld wel de verkeersveiligheid in korte tijd sterk te verbeteren. Dat kostte miljarden, onder andere voor veiliger wegen.” Terecht natuurlijk, het aantal verkeersdoden en -gewonden is in Nederland nu zeer laag. „Maar de balans is zoek als je die investering legt naast wat nodig is om in de gezondheidszorg via preventie eenzelfde effect te bereiken.” Deze effecten zijn immers minder eenduidig en vooral op lange termijn waarneembaar.

We meten in Nederland met twee maten, vindt Klazinga. „We weten heel goed wat echt nodig is, daarover bestaat genoeg onderzoek, maar we belijden maatregelen liever met de mond.” Ook hier zouden de prijzen van alcohol, tabak en ongezonde voeding omhoog moeten, vindt hij. „Reclame daarvoor en de beschikbaarheid moeten worden beperkt.” Zo heeft Klazinga zich zitten verbijten toen de Tweede Kamer dit jaar besloot de leeftijd voor supermarktverkoop van alcohol op zestien te houden. „De minimumleeftijd kan echt beter naar 18 jaar. En de verkooptijden en -punten moeten worden teruggebracht. In Scandinavië en de VS blijkt dat ook te werken.” Wie dat wil kan in Nederland de klok rond drank verkrijgen. Restricties op die verkoop zouden daarom een gezonde maatregel zijn, meent de NPHF-voorzitter. En waarom kan de tap in clubhuizen en sportkantines na tien uur ’s avonds niet op slot?
Hij ergert zich ook aan het gemak waarmee de overheid de regie uit handen geeft bij bijvoorbeeld regulering van voeding: daarbij is gekozen voor een convenant met de voedingsindustrie, wat onder meer het ’Ik kies bewust’-logo opleverde. „Maar er is geen eenduidig logo beschikbaar dat elke producent moet gebruiken. We zijn een enorme consensuscultuur, maar dat maakt hard doorpakken onmogelijk. We waren al relatief laat met het aanpakken van roken, dat dreigt ook te gebeuren met voeding. Wat is er mis aan als de overheid duidelijke normen stelt voor de hoeveelheid zout of verkeerde vetten in voeding?”

Maar ook de grootte van porties, de beschikbaarheid en prijs van gezonde voeding moeten nu echt op de politieke agenda komen, vindt hij. Wat daarvoor vooral nodig is, is een echte minister van volksgezondheid. Tot nu toe waren ministers van VWS vooral ministers van gezondheidszorg, vindt hij. „En daarmee boeken we niet de gezondheidswinst die voor het grijpen ligt.”
Bron: Trouw

Actuele nieuwsitems

Er zijn op dit moment geen laaste nieuwsberichten aanwezig.