Strijd over toekomst AWBZ

Zorgverzekeraars en gemeenten staan lijnrecht tegenover elkaar als het gaat om de toekomst van de AWBZ, de volksverzekering voor langdurige zorg.

Verzekeraars gaan ervan uit dat zij vanaf 2012 de uitvoering van de AWBZ gaan doen. Gemeenten claimen dat de uitvoering van grote delen van de AWBZ op termijn beter bij hen neergelegd kan worden. Dat blijkt uit gesprekken met koepelorganisaties Zorgverzekeraars Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Op dit moment wordt de AWBZ, waar jaarlijks euro 22 mrd in omgaat, uitgevoerd door regionale zorgkantoren in opdracht van de gezamenlijke zorgverzekeraars. Er zijn al jaren plannen om deze tussenlaag op te heffen en de uitvoering van de AWBZ direct in handen van de zorgverzekeraars te geven. Verzekeraars voeren nu al de Zorgverzekeringswet uit en kunnen dan voor hun eigen verzekerden ook de AWBZ gaan uitvoeren.

Voor de val van het kabinet had de toenmalige staatssecretaris Jet Bussemaker aangekondigd dat zij daarover op 1 april een besluit zou nemen. Inmiddels is dat besluit op de lijst van controversiële onderwerpen terechtgekomen, maar komt het vrijwel zeker terug in een komend kabinet.

Verzekeraars

Verzekeraars rekenen erop dat een volgend kabinet alsnog zal besluiten om de uitvoering van de AWBZ bij hen neer te leggen. 'Wij vinden dat het grootste deel van de AWBZ verzekerde zorg moet blijven en dus bij de verzekeraars thuishoort. Verpleging, verzorging en medische behandeling zijn verzekerde rechten', zegt Pieter Hasekamp, directeur van Zorgverzekeraars Nederland. Hij ziet het grootste voordeel in samenhang die verzekeraars dan kunnen aanbrengen tussen op genezing gerichte zorg en langdurige zorg.

Sandra Korthuis, directielid van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, denkt daar anders over. De gemeenten voeren nu al de Wet Maatschappelijke Ondersteuning uit. Die wet is erop gericht om mensen met behulp van welzijnsvoorzieningen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. 'De burger heeft nu al te maken met het WMO-loket. Dat staat veel dichter bij de dienstverlening van de AWBZ dan de Zorgverzekeringswet', zegt Korthuis. Haar conclusie is dat grote delen van de AWBZ dus op de langere termijn beter bij de gemeenten ondergebracht kunnen worden.

Wetgeving

Volgens Hasekamp waren er goede vorderingen gemaakt met de voorbereiding van de overheveling van de AWBZ naar de verzekeraars en had staatssecretaris Bussemaker per 1 april het besluit kunnen nemen. Wat Hasekamp betreft, kan een volgend kabinet dit najaar alsnog starten met het wetgevingstraject. Volgens Korthuis was al duidelijk dat de datum van 1 april niet gehaald ging worden. Zij denkt dat een volgende coalitie tot hele andere inzichten kan komen dan Bussemaker.

De komende jaren moet fors bezuinigd worden op de AWBZ. De ambtelijke werkgroep die zich over de AWBZ buigt moet minstens euro 4 mrd vinden. Volgens Korthuis moet de rijksoverheid de fundamentele keuzes maken, maar voor de uitvoering daarvan leent de WMO-systematiek zich beter dan de verzekeringssystematiek van de AWBZ. 'De AWBZ werkt met een verstrekkingenlijst en daar ontlenen verzekerden rechten aan. De WMO kent het compensatiebeginsel. De gemeenten kunnen met een echtpaar om de tafel gaan zitten om te bekijken wat nodig is om de beperkingen te compenseren.'

Bron: Het Financieele Dagblad

Actuele nieuwsitems

Er zijn op dit moment geen laaste nieuwsberichten aanwezig.